A community for Blockchain,
Artificial Intelligence and
Climate Change.

Doordachte integratie van technologie is in deze fase belangrijk

Nu de ontwikkeling van artificiële intelligentie en robotica steeds vaker de vierde industriële revolutie wordt genoemd, concludeert programmaleider Rudolf Müller dat op verantwoorde wijze integreren van de technologie in de samenleving prioriteit moet hebben. Zijn observaties op een rij.

Artificial Intelligence Innovate Robo Technology Virtual Database

Observatie 1: de grote trein van omvangrijke investeringen in artificial intelligence dendert onverminderd voort. Erop springen (“zelf een kleine trein willen”) is één ding, het faciliteren van en op de juiste wijze embedden van de technologie in de maatschappij behelst een geheel andere uitdaging – en is wellicht de belangrijkste. Rudolf Müller, bruin haar, lichte ogen en een bril, mag dan op het eerste gezicht een weinig opvallend uiterlijk hebben, maar wie luistert, ontdekt al snel een scherp observeerder. Iemand die bovendien zijn mening niet onder stoelen of banken steekt. Zo wijst hij meteen op wat hij een significant verschil noemt tussen kunstmatige intelligentie en blockchain, beide geregeld aangeduid als hype-thema’s: terwijl implementatie van blockchaintechnologie nog uiteenlopende vraagtekens kent, is artificial intelligence dat station reeds gepasseerd. We communiceren met chatbots en schrikken niet meer van robotoperaties, zelfrijdende auto’s zijn binnen handbereik en de gemiddelde jongere ligt echt niet wakker van steeds slimmer wordende smartphones. “De exponentiële groei van het gebruik van algoritmen in combinatie met de beschikbaarheid van enorme hoeveelheden data en rekenkracht heeft geleid tot oplossingen die we tien jaar geleden nooit hadden kunnen bedenken.”

Menselijke interactie

Observatie 2: Müller ziet enorm veel mogelijkheden om ‘onze levenskwaliteit te verbeteren’ met behulp van al het technologisch vernuft en stelt dat, als tegenwicht voor de veelgehoorde angst voor afnemende werkgelegenheid, de economie juist meer en meer om menselijke interactie zal draaien. “Kijk naar de popmuziek. Digitalisering luidde (aanvankelijk) het einde van de plaatverkoop in. Na een aantal jaren nam de animo voor cd’s echter af, ingehaald door streaming. Het opende nieuwe deuren voor nog niet ontdekt talent, dat zich bovendien introduceert en profileert tijdens live-optredens, waar het publiek gretig voor in de rij staat.” Oftewel: mensen hebben simpelweg altijd behoefte aan menselijk contact en daaruit vloeien onvermijdelijk nieuwe kansen voort. Zeker, versnelling in technologie en kunstmatige intelligentie brengt omvangrijke uitdagingen met zich mee, beaamt Müller. Waarbij overheid, bedrijfsleven en burgers voortdurend met lastige dilemma’s worden geconfronteerd, verticale voorzichtigheid en ingrijpen in bepaalde situaties zijn geboden en het verschil tussen wetenschappelijke ambities en commerciële belangen tot op zekere hoogte moet worden bewaakt.

EmoDash

Binnen Techruption en ook BISS, het kennis- en innovatiecentrum waar de hoogleraar sinds oktober 2015 als wetenschappelijk directeur aan is verbonden, richten betrokken triple helix-partijen zich op het ontwikkelen van ‘verantwoorde use-cases’. Voorzien in een maatschappelijke behoefte is de voornaamste ambitie en voorkomt dat uitsluitend commercieel belang de boventoon voert. Gekeken wordt naar geschikte interventies met een zo groot mogelijk (toekomstig) maatschappelijk draagvlak. Hierbij is te denken aan vraagstukken omtrent financiële vooruitzichten en de beleving van de eigen gezondheid door mensen. Wensen en mogelijke oplossingen worden bij elkaar gebracht tijdens onderzoek. Zo hebben pensioenuitvoerders APG en PGGM zich de afgelopen maanden op EmoDash gestort. De officiële missie: het ontwarren van menselijke interactiepatronen voor een gelukkigere samenleving. Artificiële intelligentie wordt ingezet om emoties, zowel bij klanten als bij callcentermedewerkers, te herkennen en analyseren. Het moet leiden tot betere interactie en serviceverlening, met een efficiëntere werkwijze als logisch gevolg. Volgens Müller overtreft software de mens ruimschoots in het herkennen van emotionele nuances: met een correcte inschatting in zo’n 70 tot 80 procent van de gevallen, terwijl medewerkers het gemiddeld de helft van de tijd goed hebben. Hoewel de eventuele pluspunten makkelijk zijn op te sommen en nadrukkelijk wordt gekeken ‘naar de effecten op stakeholders’ moet onder meer de vraag of klanten daadwerkelijk overtuigd zullen zijn van het nut nog worden beantwoord. Misschien vinden mensen het niet prettig om te vernemen dat hun emoties worden geanalyseerd tijdens een gesprek en weegt dat gegeven uiteindelijk zwaarder dan andere argumenten, geeft Müller toe. Anderzijds is het even realistisch om te veronderstellen dat de lonkende voordelen doorslaggevend zullen zijn en mensen zich helemaal niet druk maken over het feit dat hun emoties worden blootgelegd.

Focus op inhoud

Observatie 3: prangende vraagstukken, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en gezondheid, kunnen efficiënter en sneller worden aangepakt als bepaalde processen minder stroperig zijn. Nu hij zo’n twee jaar ‘in Heerlen rondloopt’, is Müller namelijk een aantal dingen opgevallen. Positief is dat het leggen van benodigde verbindingen, tussen kennis en technologie en wetenschappen en maatschappelijke vraagstukken, ‘zeer voorspoedig verloopt’. Maar in die samenwerking constateert hij ook enige discrepantie tussen de ‘snelheid waarmee je vervolgens wilt schakelen’ en dat ook echt kunt in de praktijk. Zo functioneren universiteiten en bedrijven heel anders; wat in een bedrijf vanzelfsprekend en relatief eenvoudig is (te realiseren), kan bij een universiteit een complex en langzamer proces omvatten. Bedrijven kunnen hierdoor aanmerkelijk sneller anticiperen en ageren dan overheid en kennisinstellingen. Daartegenover staat dat ondernemers geregeld de neiging hebben om trial and error-methodes toe te passen in plaats van eerst tijd te steken in grondig wetenschappelijk onderzoek – met alle gevolgen van dien. “Verbeteringen op dergelijke gebieden zijn welkom.”

Tijdens de artificial intelligence-conferentie op de Brightlands Smart Services Campus in november betoogde Müller dat nu technologie en data volop beschikbaar zijn, de relevante vraag vooral is hoe die op zinvolle en verantwoorde wijze onderdeel te maken van de samenleving. Tegen de enorme investeringen in onder meer de Verenigde Staten – de grote trein – is per slot van rekening moeilijk op te boksen (“je wilt toch altijd dat de technologische discussie is onderbouwd door wetenschap”), waardoor investeren in het faciliteren en op verantwoorde wijze toepassen van de technologie ‘bijna belangrijker’ is dan geld pompen in de technologie an sich.

Overigens is de programmaleider best tevreden over de beschikbare hoeveelheid geld voor onderzoek en innovatie. Glimlachend: “Natuurlijk zou je altijd meer zou willen, maar dat is niet de grote zorg”. Müller denkt vooral na over ‘hoe voldoende ruimte kan worden gecreëerd’ om die middelen optimaal te gebruiken. Want in dat opzicht gaat nu soms wel wat verloren ten gevolge van trage processen. “Het vergemakkelijken daarvan zou een sprong voorwaarts betekenen; ertoe leiden dat de focus uitsluitend op inhoud komt te liggen.” Immers, alles wat ten goede komt aan de Euregionale voedingsbodem voor vernieuwing is minstens het overwegen waard. Op de website van Clayton Christensen, de man achter het begrip disruptive innovation, is te lezen dat ontregelende innovatie een proces betreft waarbij ‘een product of dienst in eerste instantie wortelt in eenvoudige toepassingen aan de onderkant van een markt en zich vervolgens onverbiddelijk een weg omhoog baant. Dit resulteert uiteindelijk in het verdringen van gevestigde concurrenten’. Voortschrijdend inzicht en zelfreflecterend vermogen zijn hiermee onlosmakelijk verbonden. Wie dit niet schuwt, is wellicht het slimst.

Over Rudolf Müller

Rudolf Müller is als programmaleider artificial intelligence verbonden aan Techruption. Hij werd 56 jaar geleden geboren in Duitsland en studeerde in Bonn en Berlijn. In 1998 vestigde Müller zich in de Limburgse provinciehoofdstad, waar hij onder andere Associate Dean of Education was aan de Maastricht University School of Business and Economics. De hoogleraar Quantitative Infonomics nam in 2015 de rol van wetenschappelijk directeur op zich van het Business Intelligence and Smart Services-instituut, dat een van de kartrekkers is van Techruption.

Author: Gwen Teo
← BACK TO OVERVIEW